
Aan verpleegkundigen op hbo niveau wordt (nog steeds) telkens opnieuw gevraagd of zij kunnen verantwoorden wat hun ‘meerwaarde’ ten opzichte van hun collegae op mbo niveau is. Zoals ook Pool (2007) stelt zou echter niet gesproken moeten worden van een ‘meerwaarde’ van de bachelorverpleegkundige ten opzichte van zorgwerkers met een ander opleidingsniveau. De verpleegkundige met een bacheloropleiding is een basisvoorwaarde voor een hoogwaardige verpleegkundige zorgverlening waarin dynamiek, innovatie en deskundigheid ten gunste van de individuele patiëntenzorg centraal staan. De zogenoemde ‘zorg overstijgende beroepscompetenties’ bij de verschillende rolvervullingen verworden hier ‘zorg ondersteunende competenties’.
Het huidige ‘beroepsprofiel van de verpleegkundige’ (Leistra e.a., 1999) beschrijft een aantal taakgebieden met bijbehorende competenties, zonder daaraan een specifiek opleidingsniveau te koppelen. Dit levert een niet alleen voor de bachelorverpleegkundige ongewenst magere voorstelling van de verpleegkundige beroepspraktijk op.
Beroepscompetentieprofielen bestaan intussen voor zowel de opleiding tot verpleegkundige in het mbo als het hbo. De beide opleidingsdocumenten van Pool (2001, 2007) geven houvast ten aanzien van de in de opleiding ontwikkelde beroepscompetenties van hbo-verpleegkundigen. Toch worden bachelorverpleegkundigen onderbevraagd op hun ‘zorgverlening ondersteunende’ beroepscompetenties in de domeinen ‘organisatie van zorg’ en ‘beroep’ (Hoegen, 2008). Navraag bij verschillende ziekenhuizen leert dat instellingen moeite hebben met het duiden van verschillen voor een heldere functiedifferentiatie onder verpleegkundigen (Berg, 2005). Een hbo-specifiek beroepsprofiel van de verpleegkundige verheldert, verscherpt en belooft … maar lijkt bovenal eerst zeer gewenst.
