Oud nieuws: Onderscheid MBO-V en HBO-V moet scherper

De Minister van VWS heeft een bief (zie bijlage) opgesteld over de beroepsprofielen en daarmee samenhangende vragen, ontwikkelingen en meer. Al heel lang gaat het onderwerp, onderscheid tussen MBO-V en HBO-V de agenda’s op-en-af…

In 2000 werd door enkele studenten van de HvU het volgende artikel gepubliceerd;

Artikel juli 2000

Over de noodzaak van profilering van de HBO-Verpleegkundige
Vijf halen, vier betalen?

Door medische, technologische en demografische ontwikkelingen, maar ook door de toenemende mondigheid van de cliënt, wordt de zorg steeds complexer. Dit wordt nog versterkt door de verkorting van de gemiddelde opnameduur en de ontschotting tussen de verschillende instellingen voor gezondheidszorg. Tegelijkertijd wordt het tekort aan verpleegkundigen steeds groter. Deze ontwikkelingen maken het noodzakelijk om optimaal gebruik te maken van de verschillende kwaliteiten die MBO- en HBO-Verpleegkundigen in huis hebben.
De toegevoegde waarde van de HBO-Verpleegkundige wordt nog niet benut

De Commissie Kwalificatiestructuur heeft de meerwaarde van de HBO-Verpleegkundige uitgebreid beschreven in haar eindrapport “Gekwalificeerd voor de toekomst”, dat de basis vormt voor het in 1997 nieuw ingevoerde opleidingsstelsel.

Volgens dit rapport wordt de HBO-verpleegkundige geacht haar handelen vooral te richten op complexere situaties waar standaardprocedures ontbreken. Zij is in staat om consult te verlenen, een voorbeeldfunctie te vervullen, een zorginhoudelijke regiefunctie te vervullen en voorwaarden te scheppen voor verbetering van het primaire verpleegkundige proces. In haar beroepsuitoefening ligt het accent op beroepsonafhankelijke vaardigheden.

“Gekwalificeerd voor de toekomst” geeft duidelijk aan wat de toegevoegde waarde van een HBO-verpleegkundige is. Helaas wordt die toegevoegde waarde in de huidige situatie nog niet benut. De meeste HBO-verpleegkundigen werken onder hun niveau, doordat ze hetzelfde werk doen als MBO-verpleegkundigen. Wij vinden dit een verspilling van kwaliteiten. Het werken onder je niveau leidt tot ontevredenheid en demotivatie. De hoger opgeleide verpleegkundige die haar capaciteiten niet kan benutten, gaat op zoek naar ander werk waar haar kwaliteiten wél worden gebruikt en ze meer uitdaging vindt. Het ondervraagd worden in hun functie is één van de redenen waarom verpleegkundigen hun beroep verlaten. De cliënt ontvangt in deze situatie niet de hoogst mogelijke kwaliteit van zorg. Voor het gegeven dat de HBO-verpleegkundige, en daarmee de beroepsuitoefening op niveau vijf, niet of niet voldoende uit de verf komt, is een aantal oorzaken aan te wijzen.

Gebrek aan functies op niveau vijf
Helaas zijn er maar weinig instellingen die binnen hun organisatie een duidelijk onderscheid maken tussen niveau vier en vijf. De meeste instellingen zetten beide verpleegkundigen in op niveau vier. Wij hebben de afgelopen weken tientallen instellingen benaderd die voor hun vacatures zowel HBO- als MBO-verpleegkundigen vragen. Wanneer wij naar de twee functieprofielen vroegen (ervan uitgaande dat het om verschillende functies ging) bleken die er niet te zijn. De instellingen beseffen kennelijk nog niet dat zij HBO-verpleegkundigen nodig hebben. Dit betekent dat de maatschappij veel geld uitgeeft om HBO-verpleegkundigen op te leiden, terwijl de praktijk geen gebruik maakt van wat zij te bieden hebben. Kortom: (im)materiële kapitaalvernietiging!

Gebrek aan organisatorische randvoorwaarden
Op een afdeling ontbreken vaak de organisatorische randvoorwaarden om zorg op niveau vijf te kunnen uitvoeren. Zo werken veel instellingen met een verpleegsysteem, waarbij de verpleegkundige niet haar eigen cliënten krijgt toegewezen en waarbij alle verpleegkundigen in alle diensten (dag-, avond-, nacht- en weekenddienst) werken. Dit maakt het voor betreffende verpleegkundigen onmogelijk om taken op niveau vijf uit te voeren en daarmee hun toegevoegde waarde te tonen. Datzelfde geldt ook voor stagiaires. En doordat de samenwerking tussen opleiding en praktijk vaak te wensen over laat, wordt deze invalshoek ook niet benut om veranderingen te bewerkstelligen.

Gebrek aan onderscheid in het beroepsprofiel
In het beroepsprofiel worden de verschillende taakgebieden uitgebreid beschreven zonder dat deze gekoppeld worden aan de verschillende kwalificatieniveaus. Dit document zou naar onze mening juist het nieuwe opleidingsstelsel naar de praktijk moeten vertalen. In de praktijk geeft het beroepsprofiel echter nog aan de beroepsgroep, noch aan de instellingen voldoende houvast om inhoud te geven aan verschillende functies op de twee kwalificatieniveaus. Wat heeft de verpleegkundige beroepsgroep aan een profiel waarin niet duidelijk staat wat het beroep op haar niveau inhoudt?

Geen onderscheid in titel
Verpleegkundigen op MBO- en HBO-niveau dragen dezelfde titel, ex artikel 3 van de Wet BIG, namelijk “verpleegkundige”. Hierdoor bestaat er onduidelijkheid over de identiteit van de HBO-verpleegkundige, wat leidt tot minder maatschappelijke en beroepswaardering. Door het dragen van dezelfde titel bestaat er voor de gebruikers van de gezondheidszorg en voor andere beroepsbeoefenaren maar één type verpleegkundige. Zij zijn niet op de hoogte van de verschillen in opleidingsniveau. Dit maakt het voor andere disciplines onduidelijk wie ze op welke verantwoordelijkheden kunnen aanspreken.

Geen onderscheid in salariëring
Vijf halen, vier betalen! Dit is alléén voordelig voor de instelling, die op die manier althans op korte termijn kosten bespaart. Welk bedrijf biedt een MTS’er hetzelfde loon als een HTS’er?
Voor de HBO-verpleegkundige is het uiterst demotiverend om hetzelfde te verdienen als een MBO’er. Weer een reden om uit het vak te stappen. Scholieren zullen eerder kiezen voor een opleiding waarmee je als HBO-opgeleide betere arbeidsvoorwaarden hebt.

Geen onderscheid in loopbaanperspectief
Verpleegkundigen van niveau vier en vijf worden niet alleen op hetzlefde niveau ingezet, instellingen bieden MBO- en HBO-verpleegkundigen ook hetzelfde loopbaanperspectief. Dit maakt het beroep minder aantrekkelijk en heeft een mogelijke uitstroom van verpleegkundigen tot gevolg. De dalende instroomcijfers bij de hogescholen voor verpleegkunde zouden hiermee ook wel eens te maken kunnen hebben.

Geen beroepsvereniging voor HBO-verpleegkundigen
Het ontbreken van een specifieke beroepsvereniging voor HBO-verpleegkundigen heeft ertoe geleid dat er al ruim 25 jaar geen gebruik gemaakt is van de meerwaarde die HBO-verpleegkudigen bieden. Op dit moment komt er geen enkele organisatie speciaal op voor de belangen van de HBO-verpleegkundigen. Voor de vakbonden is het voordelig om geen onderscheid tussen niveau vier en vijf te maken, omdat zij dan leden kunnen werven onder verpleegkundigen van beide niveaus.
Op meerdere niveaus kan een verandering van de huidige situatie in gang gezet worden
De hierboven aangeroerde zaken brengen de kwaliteit van de zorg eb van de verpleegkundige beroepsuitoefening in gevaar. Als alle betrokkenen de kwaliteit van zorg hoog in het vaandel hebben staan, zouden zij de situatie moeten veranderen. Daartoe doen wij nu een aantal voorstellen.
• Op microniveau noemen wij het profileren van de HBO-verpleegkundige. Binnen de opleiding zou hier meer aandacht voor moeten zijn, zodat de student zich bewust(er) wordt van wat zij als HBO-opgeleide in de praktijk te bieden heeft.
Binnen de instelling moet de verpleegkundige gelegenheid krijgen zich te onderscheiden.
• Op mesoniveau dienen functies voor niveau vijf gecreëerd te worden. Instellingen kunnen de daarvoor noodzakelijke organisatorische randvoorwaarden scheppen. HBO-Verpleegkundigen kunnen alleen functioneren op niveau vijf als de instelling kiest voor een patiënt gericht verpleegsysteem zoals bijvoorbeeld integrerende verpleegkunde, waarbij de verpleegkundige verantwoordelijk is voor een aantal patiënten van hun opname tot en met hun ontslag. Ook kunnen HBO-verpleegkundigen het beste tijdens kantooruren werken, omdat ze dan veel van hun werkzaamheden op niveau vijf kunnen verrichten. Verder dienen de instellingen de HBO-verpleegkundige een eigen loopbaanperspectief te bieden.
• Op macroniveau behoort ons inziens het Beroepsprofiel van de verpleegkundige (1999) te worden herzien en wel zodanig dat er onderscheid gemaakt wordt tussen taken en verantwoordelijkheden van de kwalificatieniveaus vier en vijf. Ook is het van belang dat de verschillende niveaus worden gekoppeld aan een opleiding.
Verder zouden opleidingen en instellingen meer met elkaar in overleg moeten treden, zodat er een betere afstemming tot stand komt tussen praktijk en opleiding. Met als gevolg dat de functies en stageplaatsen worden afgestemd op het opleidingsniveau van de (student) verpleegkundige.
De financiële waardering van de HBO-verpleegkundige moet passen bij een HBO-opleiding en vastgelegd worden in de CAO’s.
Tevens pleiten wij voor een in de Wet BIG vast te leggen onderscheid tussen de HBO- en MBO-verpleegkundige. Tenslotte is het wenselijk dat een eigen beroepsorganisatie op komt voor de rechten van de HBO-verpleegkundige.
Samenvattend:
Het ‘op één hoop gooien’ van beide niveaus -wat alleen binnen de verpleegkunde voorkomt- leidt tot een afkeurenswaardige situatie. Het heeft een uitholling en verarming van de verpleegkundige professie op HBO-niveau tot gevolg. Een dergelijke nivellering brengt de zorg in complexe situaties in gevaar en gaat ten koste van de kwaliteit. Instellingen die kwaliteit hoog in het vaandel hebben staan, dienen zich bewust te worden van wat hoger opgeleide verpleegkundige te bieden heeft

Auteurs: Judith Bosman, Carolien Braam, Suzanne van Elk, Martine Jeanney, Marije de Vos
Tijdschrift: TVZ, nummer 14, juli 2000, pagina 447-448
Noot: Voor bronvermeldingen verwijzen wij naar de eerste publicatie van het artikel.

Categories

A sample text widget

Etiam pulvinar consectetur dolor sed malesuada. Ut convallis euismod dolor nec pretium. Nunc ut tristique massa.

Nam sodales mi vitae dolor ullamcorper et vulputate enim accumsan. Morbi orci magna, tincidunt vitae molestie nec, molestie at mi. Nulla nulla lorem, suscipit in posuere in, interdum non magna.